Van CD rek naar bijenhotel…..

SONY DSC

Het was toch nog een heel karwei: riet en bamboe vinden, afknippen vlak achter de knopen, gaatje boren in een stuk hard eikenhout…

Voor de vroege bijen is het te laat klaar, maar zo meteen komen de klokjesbijen…..

Ik wens ze een goed verblijf in mijn hotel!

Zeldzame anjer in Wageningen

Zo fietsend door Wageningen valt er altijd wat te ontdekken. Zo ontdekte ik twee jaar geleden al in een stukje gras in het noordoosten van Wageningen mooie rose bloempjes van de ruige anjer, een zeldzame plant van de overgang van Veluwe naar het rivierengebied. Dit voorjaar zag ik tot mijn verdriet dat de gemeente het maaibeheer had geïntensiveerd, in eind april was er al gemaaid. Maar tot mijn verrassing afgelopen weekend: wel zo’n 70 bloeiende exemplaren, ze waren wel kort gesteeld voor hun doen, maar prachtig in bloei nu. Ik ga kijken of ik de gemeente zo ver kan krijgen hier niet te maaien. Bij de kaardenbollen die uit mijn tuin zijn uitgezaaid is dat al gelukt ….

 

Palmerswaard op zijn kop voor de natuur

De Palmerswaard, het uiterwaard direct ten westen van Rhenen, was tot voor kort een stukje wild land. Ruimte voor de natuur, maar ook ruimte voor klei- en zandwinning, en voor slibdepots. Het was weinig toegankelijk door de afwisseling van plassen, ondoordringbare bosjes, en ruigtes vol met braam, distels en brandnetels. In dit onherbergzame gebied vond de natuur zijn vanzelf plek, met ijsvogels en ringslangen. Maar het beheer was gericht op kleiwinning en opslag van niet al te schone grond. Nu het in eigendom is van het Utrechts Landschap, is het tijd voor echt natuurgericht beheer als onderdeel van het Natura 2000 gebied Rijntakken. Maar ook maakt het deel uit van het Programma Stroomlijn, de Rijn moet bij hoogwater sneller door de de uiterwaarden kunnen stromen.

Nieuwe kansen voor natuur op de nog kale oevers, op de achtergrond behouden meidoorns en wilgen.

Afgelopen jaar zijn de werkzaamheden uitgevoerd, daarbij is 90.000 m3 grond en 1,5 miljoen euro verzet. Dat is wel schrikken als je vanaf Rhenen het gebied in loopt: er is veel bos verdwenen, en zijn grote glooiende vlakken met nu nog kale grond. Er is nu wel een begaanbaar wandelpad, dat je leidt naar prachtige oude wilgen en meidoorns, en stukjes behouden bos. Een aantal plassen nabij de Rijn zijn verbonden om doorstroming mogelijk te maken. En een aantal zijn aan één zijde gekoppeld aan de Rijn. Dat kan het gebied waardevol maken voor riviervissen als alver en winde. Twee slibdepots waren slechts licht vervuild en konden blijven, maar zijn wel afgedekt met schone en schrale grond.

Het ziet er nu kaal uit, maar de natuur zal het snel weer overnemen. Langs een oudere kade bloeien alweer het heksenmelk en vogelmelk. Over de plassen hoor ik de schrille piep van de ijsvogel. En op een kale oever zitten twee kleine plevieren. Deze vogels houden juist van kale oeversen kunnen hier juist nu gaan broeden. En eventjes klinkt de luid kwetterende roep van de Cetti’s zanger. Deze vogel komt pas sinds een jaar of 10 meer in Nederland voor, het meest in de Biesbosch. Misschien kan de Palmerswaard ook een beetje Biesbosch worden. Ik denk dat over een maand de oevers van de plassen alweer weelderig begroeid zijn met pionierplanten van het rivierengebied. Wie weet wat dat allemaal oplevert.

Geplaatst in de Gelderlander 31 mei 2017

Het Binnenveld heeft ook een Buitenveld!

Ik fiets regelmatig door het Binnenveld van Wageningen naar Ede, soms op weg naar mijn werk, en soms ook voor de lol, om te genieten van de rust en de vogels, de bloemen in de bermen, de paddenstoelen onder de bomen.

Er zijn nu plannen daar een nieuwe weg doorheen te leggen, over de gronden van Wageningen UR. Volgens de WUR is dit geen Binnenveld maar proefveld. Graag breng ik mijn complimenten over aan de WUR, dat zij zo’n naadloze overgang met het Binnenveld verzorgt. Laten we dit gebied dan BUITENVELD noemen, gebied van de buitencategorie. Het bevat twee waardevolle componenten: het Dassenbos als groene long met bosvogels, bosplanten, en de akkers met akkervogels en open landschap.

Nu nog vrij uitzicht over het Buitenveld

Wat maakt het Buitenveld zo waardevol? In het Dassenbos de hoge oude bomen, waarvan sommige in een storm zijn omgegaan en nu een rijkdom aan varens, mossen en paddenstoelen opleveren. Maar ook de ondergroei met hulst en diverse struiken die veel bosvogels leefgebied opleveren.

De akkers zijn waardevol vanwege de granen die hier nog worden geteeld, de biologische teeltwijze met organische mest zonder chemische middelen, de teelt van groenbemesters in de winter en de kruidenranden eromheen.

Een nieuwe weg door het Buitenveld doorsnijdt dit waardevolle gebied, en het hart van Wageningse natuurliefhebbers. Als hier nu toch een weg doorheen komt zie ik de beleidsmakers al denken: we moeten die natuurliefhebbers een beetje tegemoet komen met natuurcompensatie. Maar een veld met boomsprietjes vervangt geen Dassenbos. En als dit op de plek van de akkers komt, gaat dit direct ten koste van nog meer leefgebied voor akkervogels en open landschap. Wat betreft de akkervogels, een paar randjes struweel of kruiden zijn goed voor patrijzen, maar alleen in samenhang met bovengenoemde akkers en rust.

Bosrand langs de Dijkgraaf, het hek is overgenomen door braam en hop

Met een bypass door het Buitenveld en wat franje aan groen redt de natuur het niet. Ik herken wel dat er verkeerproblemen zijn, maar dit is het mij niet waard. Wat mij betreft zoeken we de oplossing in kleinschalige aanpak van knelpunten voor de korte termijn, en een fundamentele visie en aanpak op mobiliteit voor de lange termijn. Daarover gonst het van de ideeën, die tot nu toe buiten de deur zijn gehouden door gemeente, WUR en provincie.

Voor info en dsicussie over de nieuwe weg en petitie, zie http://wageningengoedopweg.nl/

In verschillende eerdere blogs heb ik de over de omgeving Kielekampsteeg geschreven: over patrijzen, bosanemonen, kruidenranden….

En voor de patrijzen, foto’s en film van de patrijzenarena:

de weblog van Jan-Freerk

 

 

Dassenbos van de kaart

Ga je mee wandelen in het Dassenbos? Die vraag heb ik nog nooit gekregen. Weinig mensen kennen het en je kan er ook niet echt wandelen. Het is een klein bos aan de noordkant van Wageningen dat nu opeens op de kaart wordt gezet…. om een nieuwe weg dwars doorheen te leggen. Hoogste tijd om eens even een kijkje te nemen.

Het is een bos met zeker 20 meter hoog opgaande bomen, voornamelijk eiken en berken. Daaronder staan verspreid wat struiken, waarbij vooral de hulst in het oog valt. En er is een tapijt van bramen dat het bos bijna onbegaanbaar maakt. Ook de in een storm omgevallen bomen belemmeren de doorgang. Maar het levert wel een mooie groeiplaats op voor paddenstoelen en mossen. Aan bosplanten groeien er vooral varens in drie soorten. En ik vind een mooie pol van de gewone salomonszegel, net als hulst een plant van oudere bossen. Een paar jaar geleden stond op een hoekje van het bos nog bosanemoon, maar die is gesneuveld bij de aanleg van de busbaan.

Ondergroei van varens en bramen

Imposante bomen en dood hout voor de spechten in het Dassenbos

Het bos is een oase vol vogels. Je hoort veelvuldig het helder fluiten van zwartkoppen en roodborsten. De grote bonte specht geniet van wat dode bomen die er staan, ook de boomkruiper laat zich horen. Extra dimensie aan het bosgeluid geeft het piepen en kraken van sommige bomen.

De site http://www.wageningencampus.nl vertelt ons: ” het Dassenbos aan de westzijde van de campus is een rustige enclave waar de natuur vrijwel ongestoord zijn gang kan gaan”. En het is het enige stuk campus met de bestemming natuur. Een nieuwe weg kan niet over de Dijkgraaf pal langs de huizen. Dus is nu een route bedacht dwarsdoor het bos, en noordelijk hiervan dwarsdoor de akkers met de grootste patrijzenpopulatie van het Binnenveld.

Wortelkluit van omgevallen bomen bieden mooie broedplaats voor vogels.

Omgevallen bomen, groeiplaats voor mossen en paddenstoelen.

Voor welk probleem deze nieuwe weg een oplossing is, is mij nog steeds niet duidelijk. Voor het verkeer van en naar de Campus lijkt mij een westelijke ingang langs de busbaan veel zinvoller. Wel doet een nieuwe weg een aanslag op de rust en natuur aan de noordkant van Wageningen. Het Dassenbos is een groene long van Wageningen, met de oudste begroeiing die we aan de noordzijde van de stad hebben. Ik ben van de kaart.

Het hek aan de westkant is helemaal overgenomen door braam en hop.

Nu nog vrij uitzicht net achter het Dassenbos.

Geplaatst in de Gelderlander 3 mei 2017.

Wageningengoedopweg denkt heel anders over verkeersstromen rond Wageningen, en kan wel wat steun gebruiken, ze zijn ook een petitie gestart:

Zie http://wageningengoedopweg.nl

 

Daslook is smaakmaker voor bij en mens

Veel van onze voorjaarsbloeiers in de tuin zijn bolgewassen. Een aantal bolgewassen komen hier van nature voor, en die kun je nu al goed vinden. Op de dijken en langs de rivier zie je plaatselijke hoge toefjes groen, die van kraailook zijn. Het ziet er heel grasachtig uit, maar als je een blaadje kneust ruik je de uiengeur. De bloei is niet zo opvallend en verschijnt pas in juni als kleine paarse bolletjes. Een opvallende nieuwkomer in de Vallei is daslook. Dit is ook een verwant van ui, dat in Zuid-Limburgse bossen algemeen is, en langs de Veluwezoom als zeldzaamheid soms opduikt. Daslook lijkt nu herontdekt als sierplant en keukenkruid. Daslookspread, daslookburgers en daslookkaas vind je in natuurvoedings- en delicatessenwinkels.

Het eerste daslook nu al in bloei dankzij het warme voorjaar

Ik heb hem zelf in de tuin en hij smaakt ui-achtig met een tikje knoflook. Het is een van de eerste kruiden die je weer vers uit de tuin kunt eten. En inmiddels doet hij het zo goed dat ik bosjes loof als prei meestoof in verschillende gerechten. Van nature groeit hij op vooral Limburgse löss en lemige, humusrijke bosgrond, maar op de rivierklei doet hij het ook prima. Hij vermeerdert zich ondergronds met nieuwe bolletjes, maar vooral bovengronds met zaden.

De laatste jaren zie ik hem ook in Wageningse parken en plantsoenen opduiken, op één plek vormt hij al een dichte mat. Waarschijnlijk hebben meer mensen het in de tuin en verwildert het vandaaruit. Daarbij helpt het deze plant dat we nu meer bos en plantsoen op kleigrond hebben dan vroeger. Van oudsher hebben we meer kleigronden in cultuur gebracht dan zandgronden, en was er weinig kleibos. Sinds de zeventiger jaren planten we ook weer bos op kleigrond. En in park en plantsoen geven we wilde planten meer kans.

In een jaar of vijf is er een heel veld daslook ontwikkeld,

Wie zelf daslook wil eten, raad ik aan een plant voor in de tuin te kopen. De wilde planten staan vaak vlak langs de weg of langs paden waar veel honden worden uitgelaten. Minder smakelijk, en ik laat ze graag aan de natuur.

In april en mei verschijnen massaal bolvormige hoofdjes met fijne stervormige witte bloempjes. De smaak van het blad wordt dan minder verfijnd, maar wilde bijen genieten van deze bloemen. In juni sterft het blad, en wachten de bolletjes rustig het volgende voorjaar af.

Geplaatst in de Gelderlander 5 april 2017

wilde bij op weg naar de eerste daslookbloemen

prachtig behaard bijtje, ik kon hem niet op naam brengen

Knetterend voorjaar

Zonsopkomst boven de snelweg

de rijp op de velden bij Apeldoorn, en al volop zon

 

Toch een dag op kantoor in Assen zitten, maar de natuur komt naar me toe

Alpenwatersalamanders in de vijver in de binnentuin

Vlinders vliegen bijna naar binnen,

mijn eerste boomblauwtje en bont zandoogje

 

Tijdens een middagommetje een vijver vol kikkers spartelend in hun eigen dril

een vijver omlijst door uitbundig rose bloeiende vingerhelmbloem, en geel speenkruid

 

De terugweg ooievaars in de wei

en damherten veilig achter het raster langs de A50 in het Deelerwoud.

 

en thuis in de avond skate mijn zoon een rondje

telefoon: er zit een velduil in het Binnenveld

Spoorslags naar de Slagsteeg

 

De velduil heeft gewacht, nog net met de kijker te vinden in het schemer

Na nog 5 minuten poetsen vliegt hij op

nog prachtig twee keer bidden voordat hij verdwijnt in het donker

 

Trouwens erg donker in het westen

De wind steekt op in de zwoele avond

In de eerste spatten redden we de laatste padden op trek

van de weg naar de vijver.

 

De bui barst los, donder en bliksem.

Natuur is overal, als je maar kijkt.

Krasse roeken in de stad

Voor sommige vogels begint het broedseizoen alweer. Op weg naar het centrum van Wageningen werd ik twee weken geleden verrast door gekras hoog in de bomen. Daar begint een aantal roeken nesten te bouwen. Dat is bijzonder, want ze broeden nog niet in Wageningen. Landelijk is het een redelijk algemene vogel, maar in de Vallei zie je hem weinig. De roek broedt in kolonies, van tientallen tot zelfs honderden paren bij elkaar. Rond de Vallei zijn al langere tijd kolonies in Lunteren of Renswoude. Vorig jaar zag ik ook wat nesten langs de A30 bij Barneveld. En nu doen ze Wageningen aan.

DSC07542roekgroep_kl

Een groot en een beginnend nest: hier wordt nog gekibbeld om nestplek en takken

DSC07537Roekpaarnest_klDSC07596roekmettakfrontaal_kl

DSC07597roekmettak_kl

Roek op weg naar zijn nest in aanbouw. De roek herken je aan de grijze kale plek rond de snavel.

De roek had vroeger een slechte naam, hij werd in verband gebracht met “het kwaad”. Soms veroorzaakt hij in de landbouw ook schade, zo wil hij wel eens pas gezaaid graan en maïs eten. Maar meestal eet de roek allerlei bodembeestjes, aas, en door de mensen achtergelaten afval.

In de jaren 70 was de roekenstand naar een dieptepunt gezakt, hij kon slecht tegen toen gebruikte landbouwgif. Sinds dat gebruik is geminderd is de roek weer toegenomen. Hij heeft zijn draai gevonden in de moderne samenleving: heel wat kolonies liggen langs de snelweg, in aanplant rond afritten en parkeerplaatsen. De wegenbouw van enkele decennia terug komt hem nu goed van pas. Dat zie je goed als je de A15 richting Gorinchem volgt, en de A30 lijkt nu te volgen. Een andere aanpassing van roeken zorgt er trouwens voor dat je minder roeken in de winter ziet dan vroeger. Vogels uit Noordoost-Europa kwamen vroeger naar Nederland in de winter, maar nu veel minder. Het lijkt er op dat ze dat vanwege de klimaatverandering niet meer nodig vinden.

Soms kiest de roek ook een broedplaats die overlast veroorzaakt, in bomen rond de kerk of boven een parkeerplaats. Maar tegelijk is zo’n roekenkolonie een levendige boel, met komen en gaan van vogels. Ze krassen heel wat af en met elkaar, en vermoedelijk helpen ze elkaar ook goede voedselplekken te vinden. Ze zoeken de omgeving af naar takken voor het nest, en soms zijn ze gewoon wat minder sociaal en jatten ze een tak van de buren. Maar als er gevaar dreigt dan trekken ze samen op, bijvoorbeeld tegen een roofvogel. Krassende roeken, een aanwinst voor de stad.

Geplaatst in de Gelderlander 8 maart 2017

Naschrift 1: een lezer maakt me er attent op dat er vorig jaar roeken hebben gebroed aan de Industrieweg in de Nude. De nesten waren hier afgelopen herfst uit de bomen gewaaid, en de bomen zijn in de winter gekapt.

Naschrift 2: En ik zag nadien ook bij Veenendaal langs de A12 een kleine roekenkolonie. Het wordt een echte snelwegvogel.

Help de muurvarens uit de put

Nederland versteent, als je het over eeuwen bekijkt. Van nature was er zand, klei en veen in Nederland. Met huizen en wegen, terrassen en stoepen hebben we ons land versteend, geasfalteerd en in beton gegoten.

De natuurlijke plantengroei moest ruimte inleveren, maar ook wist zij gaatjes te vinden. Sommige planten groeien van nature op rotsen, en deze soorten weten soms ook op muren te groeien. Dat doen ze vooral in voegen die wat extra vocht en organisch materiaal kunnen vasthouden. Nieuwe bouwtechnieken met harder cement en grotere stenen laten weinig ruimte voor muurplanten. Zo kwamen steenbreekvaren en gele helmbloem op de Rode Lijst. Wageningen heeft weinig oude muren waar deze soorten overleven. Maar nieuwbouwwijken worden ook ouder. Tien jaar geleden ontdekten KNNV’ ers dat in putten in de weg soms ook varens groeien. Ze ontdekten in Wageningen 8 soorten waarvan 3 zo zeldzaam dat ze op de Rode Lijst staan. Ze leiden een verborgen, en ook een onzeker leven. Steeds meer betonnen putjes worden vervangen door PVC-uitvoeringen. Daarbij signaleerden de natuurliefhebbers dat de varens weinig tot sporenvorming komen, en dat die sporen waarschijnlijk moeilijk verspreiden vanuit zo’n put.

SONY DSC

De naaldvaren weet zich sierlijk in een vertikale voeg van de nieuwe kade te wringen.

dsc07442stijvenaaldvarendetail

Het blad in detail, typisch is de smalle bladvorm, geleidelijk versmallend naar de voet.

SONY DSC

De tongvaren heeft een niet-ingesneden blad, ongebruikelijk bij varens. De strepen op het blad zijn de sporenhoopjes.

In de wijk Noord-West zijn zo’n 25 jaar geleden een aantal kademuren aangelegd. De muren bestaan uit grote platen, maar ik ontdekte dat de eerste varenplanten zich vestigen in de weinige vertikale voegen. Er staan drie soorten, alle van de Rode Lijst. Een daarvan is de steenbreekvaren, die op een oudere muur op het Plantsoen in flinke aantallen voorkomt. Verder een vijftal tongvarens. Deze soort kwam in Wageningen weinig voor, maar lijkt vanuit tuinen ook steeds meer in het wild voor te komen. Zo is hij bezig mijn stoepje bij de voordeur te veroveren. En de laatste is een naaldvaren, een iets grotere soort met smalle bladen en naaldvormige bladspitsen. De zachte naaldvaren was al in een Wageningse put ontdekt. Ik denk dat ik hier de stijve naaldvaren heb, een soort die één keer eerder in de omgeving Wageningen is gevonden.

We kunnen dit soort muurplanten nog verder stimuleren. Meer voegen in de steen, muren die iets hellen, voegen vullen met losse kalkrijke cement. Aan de zonnezijde kunnen muurhelmbloem, muurvaren en muurleeuwenbek groeien, op de schaduwzijde vooral varens.

Geplaatst in de Gelderlander 8 februari 2017

Zoek de ijsvogel

Steeds vaker kun je de blauwe flits van de ijsvogel zien langs schieten. Anders dan zijn naam doet vermoeden, vaart de ijsvogel wel bij de zachte winters van de afgelopen jaren. En bij de geleidelijk verbeterde waterkwaliteit sinds de zeventiger jaren, door waterzuivering en verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Als het wat meer gaat winteren, krijg je hem makkelijker te zien. Hij komt dan meer naar de bebouwde kom, en naar de laatste wakken en sluisjes waar nog open water is. In Wageningen is het Nieuwe Kanaal een kansrijke plek, maar ook bredere sloten en vijvers.

SONY DSC

Een stuwtje biedt goede zitplek voor de ijsvogel.

Weinig mensen weten dat de ijsvogel zo dicht bij hun huis zit. Ondanks zijn felle blauwe en oranje kleur, valt een zittende ijsvogel niet op. Als je hem, lopend langs een waterloop, ziet zitten stop dan niet. De kans is groot dat de ijsvogel dan juist wegvliegt. Loop heel rustig door en vermijd drukke bewegingen, dan heb je kans hem van dichtbij te zien. Een vliegende ijsvogel is veel gemakkelijker te ontdekken, vooral als je zijn geluid kent. Een “ijselijke” piep, een paar keer herhaald. Als je dit hoort, let dan vooral op laag boven het water. Goede kans dat hij daar met snelle en stijve vleugelslag wegschiet.

Een ijsvogel heeft helder water nodig, met voldoende zitgelegenheid aan de waterkant. Hij jaagt vooral zittend op kleine visjes, waar hij dan pijlsnel op af duikt. IJsvogels blijven het hele jaar in of vlakbij hun broedgebied. In een strenge winter kunnen ze weinig vis vangen en leggen veel vogels het loodje. Maar er zijn nu een aantal gunstige jaren achter elkaar geweest, ook qua broedseizoen. En ijsvogelpaar brengt in gunstige jaren twee broedsels groot, afgelopen jaar waren er zelfs meldingen van 3 broedsels.

Goede nestplaatsen zijn schaars: een holte in steile wand, te vinden langs beken of rivieren, of waar bomen met kluit en al zijn ontworteld. In deze omgeving is dat vooral in de uiterwaarden, maar ook met een kunstmatige steile wand bij een vijver kun je de ijsvogel verleiden. Eenvoudiger is het om rustende en voedselzoekende ijsvogels te lokken, door een paar boompjes of stokken te zetten aan de waterkant, of deze te sparen bij het schonen. Ook langs het Nieuwe Kanaal kunnen we met een paar extra zittakken de ijsvogel nóg vaker zien!

Geplaatst in de Gelderlander 11 januari 2017