Krasse roeken in de stad

Voor sommige vogels begint het broedseizoen alweer. Op weg naar het centrum van Wageningen werd ik twee weken geleden verrast door gekras hoog in de bomen. Daar begint een aantal roeken nesten te bouwen. Dat is bijzonder, want ze broeden nog niet in Wageningen. Landelijk is het een redelijk algemene vogel, maar in de Vallei zie je hem weinig. De roek broedt in kolonies, van tientallen tot zelfs honderden paren bij elkaar. Rond de Vallei zijn al langere tijd kolonies in Lunteren of Renswoude. Vorig jaar zag ik ook wat nesten langs de A30 bij Barneveld. En nu doen ze Wageningen aan.

DSC07542roekgroep_kl

Een groot en een beginnend nest: hier wordt nog gekibbeld om nestplek en takken

DSC07537Roekpaarnest_klDSC07596roekmettakfrontaal_kl

DSC07597roekmettak_kl

Roek op weg naar zijn nest in aanbouw. De roek herken je aan de grijze kale plek rond de snavel.

De roek had vroeger een slechte naam, hij werd in verband gebracht met “het kwaad”. Soms veroorzaakt hij in de landbouw ook schade, zo wil hij wel eens pas gezaaid graan en maïs eten. Maar meestal eet de roek allerlei bodembeestjes, aas, en door de mensen achtergelaten afval.

In de jaren 70 was de roekenstand naar een dieptepunt gezakt, hij kon slecht tegen toen gebruikte landbouwgif. Sinds dat gebruik is geminderd is de roek weer toegenomen. Hij heeft zijn draai gevonden in de moderne samenleving: heel wat kolonies liggen langs de snelweg, in aanplant rond afritten en parkeerplaatsen. De wegenbouw van enkele decennia terug komt hem nu goed van pas. Dat zie je goed als je de A15 richting Gorinchem volgt, en de A30 lijkt nu te volgen. Een andere aanpassing van roeken zorgt er trouwens voor dat je minder roeken in de winter ziet dan vroeger. Vogels uit Noordoost-Europa kwamen vroeger naar Nederland in de winter, maar nu veel minder. Het lijkt er op dat ze dat vanwege de klimaatverandering niet meer nodig vinden.

Soms kiest de roek ook een broedplaats die overlast veroorzaakt, in bomen rond de kerk of boven een parkeerplaats. Maar tegelijk is zo’n roekenkolonie een levendige boel, met komen en gaan van vogels. Ze krassen heel wat af en met elkaar, en vermoedelijk helpen ze elkaar ook goede voedselplekken te vinden. Ze zoeken de omgeving af naar takken voor het nest, en soms zijn ze gewoon wat minder sociaal en jatten ze een tak van de buren. Maar als er gevaar dreigt dan trekken ze samen op, bijvoorbeeld tegen een roofvogel. Krassende roeken, een aanwinst voor de stad.

Geplaatst in de Gelderlander 8 maart 2017

Naschrift 1: een lezer maakt me er attent op dat er vorig jaar roeken hebben gebroed aan de Industrieweg in de Nude. De nesten waren hier afgelopen herfst uit de bomen gewaaid, en de bomen zijn in de winter gekapt.

Naschrift 2: En ik zag nadien ook bij Veenendaal langs de A12 een kleine roekenkolonie. Het wordt een echte snelwegvogel.

Help de muurvarens uit de put

Nederland versteent, als je het over eeuwen bekijkt. Van nature was er zand, klei en veen in Nederland. Met huizen en wegen, terrassen en stoepen hebben we ons land versteend, geasfalteerd en in beton gegoten.

De natuurlijke plantengroei moest ruimte inleveren, maar ook wist zij gaatjes te vinden. Sommige planten groeien van nature op rotsen, en deze soorten weten soms ook op muren te groeien. Dat doen ze vooral in voegen die wat extra vocht en organisch materiaal kunnen vasthouden. Nieuwe bouwtechnieken met harder cement en grotere stenen laten weinig ruimte voor muurplanten. Zo kwamen steenbreekvaren en gele helmbloem op de Rode Lijst. Wageningen heeft weinig oude muren waar deze soorten overleven. Maar nieuwbouwwijken worden ook ouder. Tien jaar geleden ontdekten KNNV’ ers dat in putten in de weg soms ook varens groeien. Ze ontdekten in Wageningen 8 soorten waarvan 3 zo zeldzaam dat ze op de Rode Lijst staan. Ze leiden een verborgen, en ook een onzeker leven. Steeds meer betonnen putjes worden vervangen door PVC-uitvoeringen. Daarbij signaleerden de natuurliefhebbers dat de varens weinig tot sporenvorming komen, en dat die sporen waarschijnlijk moeilijk verspreiden vanuit zo’n put.

SONY DSC

De naaldvaren weet zich sierlijk in een vertikale voeg van de nieuwe kade te wringen.

dsc07442stijvenaaldvarendetail

Het blad in detail, typisch is de smalle bladvorm, geleidelijk versmallend naar de voet.

SONY DSC

De tongvaren heeft een niet-ingesneden blad, ongebruikelijk bij varens. De strepen op het blad zijn de sporenhoopjes.

In de wijk Noord-West zijn zo’n 25 jaar geleden een aantal kademuren aangelegd. De muren bestaan uit grote platen, maar ik ontdekte dat de eerste varenplanten zich vestigen in de weinige vertikale voegen. Er staan drie soorten, alle van de Rode Lijst. Een daarvan is de steenbreekvaren, die op een oudere muur op het Plantsoen in flinke aantallen voorkomt. Verder een vijftal tongvarens. Deze soort kwam in Wageningen weinig voor, maar lijkt vanuit tuinen ook steeds meer in het wild voor te komen. Zo is hij bezig mijn stoepje bij de voordeur te veroveren. En de laatste is een naaldvaren, een iets grotere soort met smalle bladen en naaldvormige bladspitsen. De zachte naaldvaren was al in een Wageningse put ontdekt. Ik denk dat ik hier de stijve naaldvaren heb, een soort die één keer eerder in de omgeving Wageningen is gevonden.

We kunnen dit soort muurplanten nog verder stimuleren. Meer voegen in de steen, muren die iets hellen, voegen vullen met losse kalkrijke cement. Aan de zonnezijde kunnen muurhelmbloem, muurvaren en muurleeuwenbek groeien, op de schaduwzijde vooral varens.

Geplaatst in de Gelderlander 8 februari 2017

Zoek de ijsvogel

Steeds vaker kun je de blauwe flits van de ijsvogel zien langs schieten. Anders dan zijn naam doet vermoeden, vaart de ijsvogel wel bij de zachte winters van de afgelopen jaren. En bij de geleidelijk verbeterde waterkwaliteit sinds de zeventiger jaren, door waterzuivering en verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Als het wat meer gaat winteren, krijg je hem makkelijker te zien. Hij komt dan meer naar de bebouwde kom, en naar de laatste wakken en sluisjes waar nog open water is. In Wageningen is het Nieuwe Kanaal een kansrijke plek, maar ook bredere sloten en vijvers.

SONY DSC

Een stuwtje biedt goede zitplek voor de ijsvogel.

Weinig mensen weten dat de ijsvogel zo dicht bij hun huis zit. Ondanks zijn felle blauwe en oranje kleur, valt een zittende ijsvogel niet op. Als je hem, lopend langs een waterloop, ziet zitten stop dan niet. De kans is groot dat de ijsvogel dan juist wegvliegt. Loop heel rustig door en vermijd drukke bewegingen, dan heb je kans hem van dichtbij te zien. Een vliegende ijsvogel is veel gemakkelijker te ontdekken, vooral als je zijn geluid kent. Een “ijselijke” piep, een paar keer herhaald. Als je dit hoort, let dan vooral op laag boven het water. Goede kans dat hij daar met snelle en stijve vleugelslag wegschiet.

Een ijsvogel heeft helder water nodig, met voldoende zitgelegenheid aan de waterkant. Hij jaagt vooral zittend op kleine visjes, waar hij dan pijlsnel op af duikt. IJsvogels blijven het hele jaar in of vlakbij hun broedgebied. In een strenge winter kunnen ze weinig vis vangen en leggen veel vogels het loodje. Maar er zijn nu een aantal gunstige jaren achter elkaar geweest, ook qua broedseizoen. En ijsvogelpaar brengt in gunstige jaren twee broedsels groot, afgelopen jaar waren er zelfs meldingen van 3 broedsels.

Goede nestplaatsen zijn schaars: een holte in steile wand, te vinden langs beken of rivieren, of waar bomen met kluit en al zijn ontworteld. In deze omgeving is dat vooral in de uiterwaarden, maar ook met een kunstmatige steile wand bij een vijver kun je de ijsvogel verleiden. Eenvoudiger is het om rustende en voedselzoekende ijsvogels te lokken, door een paar boompjes of stokken te zetten aan de waterkant, of deze te sparen bij het schonen. Ook langs het Nieuwe Kanaal kunnen we met een paar extra zittakken de ijsvogel nóg vaker zien!

Geplaatst in de Gelderlander 11 januari 2017

Kerstvogels van de Gruttoweide

Ik had nog niet eerder zoveel kaardenbollen in de tuin, en dat levert nu dus een record aantal putters op. Dat is echt prachtig, zo’n zwermpje putters een paar meter voor je raam. Plant kaardenbollen in je tuin en geniet er zomer en winter van. Mijn tuin is winterklaar.

Onder degenen die het juiste aantal putters op de foto telt, verloot ik een kaardenbollen plant!

Putterportret

Putterportret

dsc0726putterkl

Let op de meeste linkse putter, hij springt net over.

Het zoekplaatje: hoeveel putters staan op deze foto?

Het zoekplaatje: hoeveel putters staan op deze foto?

En er is meer leuks trouwens. Sinds twee jaar zien we af en toe een vuurgoudhaantje rond ons huis. Het is meer een naaldbosvogel, die in de winter meestal in groepjes leeft, vaak ook met mezen. Afgelopen maand zagen we al meerdere keren een eenzaam exemplaar, maar afgelopen week zelf twee bij elkaar. Voor de camera heb ik ze nog niet gekregen.

Maretak, wintergroen maar niet het eeuwige leven

Eén stormpje telde deze herfst tot nu toe, en dat was genoeg om een markante boom aan de Veerdam van Wageningen te breken. Dat was de dikke kromme populier waarin al een tiental jaren een maretak groeide. Toentertijd zag ik er één, die tot een grote bol uitgroeide. Er kwamen meer bollen in dezelfde boom. Je ziet ze vooral in de winter, want ze blijven groen als de populier zijn blad verliest.

img_21061211_103337842populiermaretakkl

Door de storm gebroken populier, met rechts onderin nog enkele kleine maretakken.

Maar de stam van deze populier is nu afgebroken op zo’n 4 meter hoogte. Tussen het in moten gezaagde populierenhout zie je groene takken van de mare. De maretak groeit als parasiet in vooral populieren en appelbomen. Zo’n bol maretak kan wel 2 meter diameter hebben en gaat er flink inwegen. De dikste takken zijn dan polsdik. Het hout is hard en zwaar, maar breekt vrij gemakkelijk op de knopen. Vraag is of de boom bezweken is door de maretak, of dat de boom al zwak was en daarmee een goede groeiplaats voor de maretak.

De groene twijgen worden na een jaar houtig en groeien in meerdere jaren tot dikke takken uit.

De groene twijgen worden na een jaar houtig en groeien in meerdere jaren tot dikke takken uit.

De maretak is al meer dan duizend jaar gehuld in mythes en ecologische vraagstukken. Keltische druïden maakten er toverdrank van, ook nu wordt het toegepast als geneesmiddel, en Engelsen kussen hun geliefde graag onder de mistletoe.

Een maretak ontkiemt uit een zaadje dat aan de schors plakt. Vogels eten de bessen en morsen er van. Maar ook de gegeten zaden die vogels weer uitpoepen kunnen prima kiemen. De voorkeur voor Zuid-Limburg wordt wel toegeschreven aan de kalkrijke grond. Dat is al opmerkelijk – maar niet uitgesloten – voor een plant die niet zelf op de grond groeit. Er zijn ook voorbeelden van maretakken die op zure grond groeien. Nu zijn de Wageningse uiterwaarden wel enigszins kalkrijk, maar ik weet ook een maretak te zitten op het sportpark de Bongerd, op zure zandgrond. Een andere theorie is dat de jonge maretakken in het eerste levensjaar – bovenin de boom – een vochtig microklimaat nodig hebben. Dat vind je bijvoorbeeld dichtbij de rivier.

De enorme bollen maretak liggen verpletterd en gebroken onder de gebroken boom, ten onder gegaan de groeikracht van de boom, de maretak of allebei. Maar in de populieren ernaast staan jonge maretakken. De koning is dood, lang leve de koning.

Geplaatst in de Gelderlander, 14 december 2016

p.s. Heel veel info vind je op http://users.telenet.be/sf15590/maretak1.htm van Charles de Klerk.

 

Industrie-pestvogels en Ohra-slechtvalken – Stadsvogels in Arnhem-Zuid

Mijn zoon stelde een leuke vogeltrip voor…. in Arnhem-Zuid zijn pestvogels gezien. Deze vogel komt zeer onregelmatig in Nederland, meestal weinig, maar af en toe is er een “invasie” uit Scandinavië en worden ze veel meer gezien. Nou ja, dat valt toch tegen, ik heb er zelf in mijn hele leven maar 1 gezien, die 1 seconde in het topje van de berk in mijn tuin zat, en snel weer verder vloog.

Een mooi fietstochtje over de dijk naar Arnhem dus…. Al kort voor we aankomen op de “geijkte plek” waar ze steeds worden gezien, “ziet Jan-Freerk ze vliegen”. Het is echt het viertal pestvogels, bij een groot kruispunt op het industrieterrein. Ze gaan 50 meter verderop zitten, bij een Gelderse roos waarvan de bessen al grotendeels verdwenen zijn.

We hebben ze prachtig kunnen zien, bessen etend, poetsend, en een verkenner die af een toe een rondje vliegt terwijl de ander 3 uitrusten.

Zie foto’s en het verdere verhaal https://janboelvanfladderaarsenkruipers.wordpress.com/2016/11/19/pestvogels-in-arnhem/

Maar er is meer in Arnhem. Als de pestvogels toch wat verderop vliegen en wij ze proberen op te zoeken, zien we even een slechtvalk rond een hoge kantoortoren vliegen.

Een paar minuten later nog eens, hij lijkt te gaan zitten aan de achterkant.

We fietsen eigenlijk alweer op weg naar huis, maar krijgen ook nog zicht op de andere kant van het gebouw. Even de verrekijker erop richten… niet op de bovenrand. Maar in de reclameletter zit prachtig een slechtvalk. En bij beter kijken, nog een 2e exemplaar in een andere letter. Deze lijkt iets groter, en is vermoedelijk een vrouwtje.

img_8048slechtvalkohrajfkkl

Zoekplaatje slechtvalken (foto Jan-Freerk Kloen)

Een gekroonde slechtvalk.... (foto Jan-Freerk Kloen)

Een gekroonde slechtvalk…. (foto Jan-Freerk Kloen)

Het gaat vrij goed met de slechtvalk in Nederland, zowel in nieuwe natuur als in de stad. In Arnhem is hij ook wel al bekend, en dit gebouw blijkt nu de stedelijke rots voor dit paartje. De letters OHRA staan aan meerdere kanten op het gebouw, er is dus altijd wel een zonnig of luw plekje te vinden. De slechtvalk sponsort OHRA, maar het omgekeerde kan natuurlijk ook. Het blijft bijzonder dat zo’n vogel die lange tijd erg zeldzaam is geweest, nu een stadsvogel is geworden! Hopelijk eten de OHRA slechtvalken de pestvogels niet op.

 

Korstmossen hebben scherpe neus

Wie denkt dat plantenliefhebbers nu in winterslaap gaan, heeft het mis. Bloemen zijn nauwelijks nog te vinden, maar mossen en korstmossen groeien in het winterhalfjaar meer dan in de zomer. Ze overleven droge omstandigheden goed, verschrompelen soms ook, maar bloeien snel op in vochtiger tijden. Veel korstmossen zijn te vinden op boomstammen waar voldoende licht op valt. Middenin het bos vind je minder dan aan de rand. Juist wegbomen en bomenlanen zijn goede vindplaatsen. Sommige boomsoorten hebben meer zure schors, en andere meer basisch. Dat levert groeiplaatsen voor verschillende soorten.

Om soorten te herkennen moet je met de neus op de boom. KNNV-excursie bij boom met gewoon dooiermos.

Om soorten te herkennen moet je met de neus op de boom. KNNV-excursie bij boom met gewoon dooiermos.

De KNNV afdeling Wageningen wil de korstmossenstand in en rond de stad in kaart brengen. Ik heb 30 jaar geleden heel wat korstmossen leren kennen, en de eendaagse cursus leek me een goede gelegenheid die kennis bij te spijkeren. Er is namelijk nogal wat veranderd. Dertig jaar geleden ging het slecht met de kortmossen door de luchtvervuiling. Vooral zwaveldioxide uit industrie en verkeer waren boosdoeners. Die vervuiling is sterk afgenomen, en daardoor zie ik nu middenin in Wageningen verschillende soorten die vroeger zeldzaam waren.

Het zijn vooral schildmossen die nu opvallen: lobbige korstmossen die mooie rozetten op bomen vormen. Je hebt ze in verschillende tinten grijs, en elke tint is meestal een andere soort. Soms vind je ook kleine ronde schijfjes met een licht randje, dat zijn de voortplantingsorganen. Korstmossen met afhangende takjes vind je – nog steeds wat minder vaak – vooral aan de westkant van Wageningen. Het gewoon schorsmos is een soort met rozetten die juist veel zeldzamer is geworden. Deze soort profiteerde vroeger juist van de verzuring, maar is nu op de Rode Lijst gekomen.

Het gestippeld schildmos is sterk toegenomen en in de stad vaak te vinden.

Het gestippeld schildmos is sterk toegenomen en in de stad vaak te vinden.

De korstmossenflora in het Binnenveld is heel anders dan in de stad. Hier komen soorten voor die juist profiteren van de ammoniak die vrijkomt uit veestallen en mest. De ammoniak maakt de boomschors meer basisch en voedselrijk. Meest opvallend zijn hier oranjegele soorten zoals groot dooiermos die soms een hele baan over een boomstam vormen. Het ziet er mooi uit maar is wel een teken van vervuilde lucht. De landelijke verzuring is nu dus vervangen door meer lokale ammoniakvervuiling. Hoe ver deze vervuiling de stad intrekt gaat de KNNV komende winter onderzoeken met behulp van korstmossen.

Geplaatst onder de titel “Korstmos en vervuiling” in de Gelderlander, 17 november 2016

Help Jan-Freerk een prijs winnen!

Nog veel mooiere foto’s en een film van de kraanvogels vind je op de weblog van mijn zoon Jan-Freerk:

https://janboelvanfladderaarsenkruipers.wordpress.com/2016/10/22/toegift-kraanvogels-in-diepholz/

Hij fotografeert razend fanatiek in de WNF foto award. Er is ook een publieksprijs, dus hij kan best nog wat stemmen gebruiken!

Als je dat nog niet gedaan hebt, dan maak je hem heel blij door nog even te stemmen op zijn foto bij de genomineerden voor WNF-Frans Lanting Photoaward. Stemmen kan via deze rechtstreekse link.

 

Nu is het herfst!

De droge nazomer die veel groen verdorde is ten einde. Mooie herfstkleuren verschijnen nu snel, met een mooie herfstzon of juist met mist. Ik heb er van genoten in een weekje vakantie. Een grote paddenstoelenpracht is er nog niet, en komt dit jaar waarschijnlijk niet meer. Wat houtzwammen zijn wel te vinden, en af en toe ook een andere paddenstoel. Een soort die niet zo gevoelig lijkt voor het droge weer is de gekraagde aardster. Ik heb ze op een paar mij bekende groeiplaatsen teruggevonden, bij Holten zag ik maar liefst zo’n 40 stuks. Een schelpenpad door het bos levert kennelijk net de extra kalk op die deze soort graag heeft. De kleuren zijn onopvallend grijsbruin, de vorm is prachtig. Voordat de slippen van de buitenste omhulling tot een ster uitspreiden, ziet de jonge paddenstoel er uit als een tulpenbol.

img_20161019_163449026gekraaagdeaardsterkl

Gekraagde aardsterren, verwant aan de bovist.

Ik heb mezelf en mijn gezin getrakteerd op een dagje Diepholz. Dit is een veengebieden

dsc07036kraanvogelskl

Een dansje na de landing

met veenrestanten, plassen en daartussen landbouwgrond met veel mais. Dit blijkt een ideaal tussenstation voor kraanvogels die van Scandinavië naar Zuid-Europa vliegen. Je kunt de vogels overdag zien op de akkers, en dat gaat het beste als je in de auto blijft zitten. We zien aanvankelijk alleen kleine groepjes, maar later komen we in bij een betere plek waar vele honderden kraanvogels verspreid op de maïsstoppels zitten. Prachtig te zien steeds weer groepjes kraanvogels komen aanvliegen, landen en een plekje inde groep moeten veroveren. Daarvoor kibbelen ze wel wat, naar elkaar dreigend met uitgespreide vleugels. Een paar vogels moeten een paar passen aan de kant. En dat wordt dan bekrachtigd met hun mooie roep, kop omhoog.

Intussen gaat het boerenleven volop door. Op een mooi plekje verschijnt opeens een boer met mestwagen, en begint zijn mest te sproeien. Bij zoveel kraanvogels is het ook wel moeilijk eromheen te werken. De kraanvogels gaan op de wieken, maar niet ver.

SONY DSC

Voorverzamelen en een hapje eten voor de slaaptrek naar het veen.

In de avondschemering vertrekken de kraanvogels van de akkers naar de plassen in het veengebied. Dat zien we alleen van grote afstand, je hoort de kraanvogels wel weer; afgewisseld door groepen toendrarietganzen en kolganzen. En veel stiller zweeft de meeuwachtig gekleurde blauwe kiekendief langs over het veen. En als stille klapper vliegt ook nog even – ver weg weliswaar – een zeearend in een strakke lijn langs. Dat was een mooi dagje!

Helaas voor de kraanvogels, maar ze schikken wel een stukje op.

Helaas voor de kraanvogels, maar ze schikken wel een stukje op.

 

Groen dak als landingsbaan voor flora en fauna

Je kunt recreëren in de natuur, wonen in de natuur, en werken in de natuur. De ecologen van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) doen onderzoek aan de natuur. Daarvoor trekken ze regelmatig de natuur in, maar ze halen de natuur ook naar hun gebouw toe. En dat lieten ze zien op hun open dag, op 1 oktober jl. Het gebouw zelf is al een fraai staaltje van duurzaam bouwen, met herbruikbaar bouwmateriaal, gebruik van regenwater en eigen zuivering van afvalwater. En op het dak een groene bedekking van inheemse planten. Ze zijn begonnen met het aanplanten van een zo’n 20 soorten, maar laten de natuur nu verder zijn gang gaan. Door met verschillende grondsoorten te werken en ook nog wat relief aan te brengen, is er voor veel soorten een plekje te vinden. Inmiddels komen er meer dan 120 soorten planten op het dak voor,. Alleen de boompjes worden verwijderd.

Van boven ziet het NIOO gebouw er uit als een landingsbaan voor zaden en insecten. Foto NIOO-KNAW.

Van boven ziet het NIOO gebouw er uit als een landingsbaan voor zaden en insecten. Foto NIOO-KNAW.

Ook rond het gebouw is aandacht voor de natuur, met een stukje voedselbos, een vlechtheg, een helofytenfilter, vijf insectenhotels en een vleermuiskelder. En het leuke is dat het niet alleen wordt aangelegd, maar ook wordt betrokken in het onderzoek. Zo gaat het bij het groene dak er ook om hoeveel water wordt vastgehouden, en wat het effect daarvan is op het binnenklimaat in het gebouw eronder. En kan het groene dak extra leefgebied opleveren voor zeldzame planten? En ook voor bijzondere bijen of vlinders die daar weer op leven?

Naast hazenpootjes en vlasleeuwenbek groeien er inmiddels groeien orchideeën. En de zeldzame witte tijger (een mot wel te verstaan) is gesignaleerd. Met een brede blik wat de natuur kan bieden aan de mens probeert het NIOO dit te onderzoeken en tegelijk de toepassing en benutting te verbeteren. Ze maken zichzelf onderdeel van het onderzoek. Daarmee bevorderen ze hun geloofwaardigheid en dragen direct praktisch bij aan een groene en duurzame omgeving. Bijkomend voordeel is dat de medewerkers er zelf als eerste van profiteren.

Groene daken kunnen op veel meer plaatsen, eventueel ook naast de zonnepanelen. Aanplant van vetplanten is een handige start, maar geef de natuur daarna zelf ook een kans. Of help met een handje hooi uit een schrale wegberm.

 

Geplaatst in De Gelderlander 19 oktober 2016