In het Binnenveld spreekt de stilte

Ik woon in een redelijk stille buurt in Wageningen. Vogelgeluiden mengen zicht af en toe met een piepende fiets, een blaffende hond of een langsrijdende auto. En soms een buurtbewoner met bladblazer of schuurmachine. Als ik meer stilte zoek pak ik mijn fiets en rijd het Binnenveld in. Er zijn meer mensen die dat doen, sommige pakken skeelers, hond of stappenteller als metgezel. Of de tractor of de auto. Een beetje geluid van de medemens kan ik wel hebben.

SONY DSC

In de mist staat zelfs riet roerloos.

Auto? Nou ja, die mensen moeten ergens in het Binnenveld zijn voor werk of sociale contacten. Of ze moeten er niet zijn en rijden er toch langs.   Als ik verder fiets kom ik bij de Grift en daar kunnen helemaal geen auto’s meer komen. Dat is een mooi punt om de stilte in me op te nemen. Ik hoor de wind in het riet, of juist helemaal niet. Als de meerkoeten zich nu ook even stilhouden, is het echt stil. Even. Toch nog een droevig piepje van de zich terugtrekkende rietgors, en een vermanend piepje van de opvliegende graspieper. In deze tijd van het jaar houden zelfs de vogels zich redelijk aan de bordjes stiltegebied. Na de nacht van de nacht volgt november stiltemaand. De grutto’s ver weg getrokken, de kieviten meest stil in veld.  Trekker in de schuur, koeien in de stal. Een paar jaar terug was het op nieuwjaarsdag ook zo stil. Luisterend naar de stilte hoorde ik toen de zeeleeuwen van Ouwehands Dierenpark, vier kilometer verderop. Nieuwe soort voor het Binnenveld.

Ik fiets door in de stilte, en groet de stille visser niet. Ik gun 200.000 mensen rond het Binnenveld deze stilte. Het begint onhoorbaar te regenen. totdat ik inhoud en hurk aan de waterkant. Zacht applaus van tinkeltjes en bobbeltjes in het water.

Toch laat ik me ook graag verrassen door de schrille piep van een ijsvogel die laag over het water scheert. Of de luid kletsende troepen kolganzen die overvliegen. En wie weet in hartje winter het zachte hoe-hoe van de kleine zwanen. Over het geruis van de wind komen ze wel heen. Hier proef ik de stille kracht van de natuur, en laad weer op voor deelname aan de brullende economie.

Geplaatst in de Gelderlander 15 november 2017.

Advertenties

Rijke oogst aan paddenstoelen

De afgelopen weken waren zeer rijk aan paddenstoelen, al begonnen ze de laatste week erg te verdrogen of verschimmelen. Zo begonnen de rodekoolzwammen (ook wel amethistzwam genoemd) te verbleken, en werden het meer wittekoolzwammen.

Ik heb op diverse plaatsen veel paddenstoelen gezien, in de bermen van Wageningen en Bennekom, bij Hemmen, in het bos tussen Wageningen en Renkum, en op de Sallandse Heuvelrug waar ik afgelopen week was.

Hieronder wat opvallende soorten die afwijken van de meest standaard hoed-steel-plaatjes-zwammen.

De oranje bekerzwam vond ik bij Hemmen. De vorm kan een schijf of een beker zijn, of bijna oorvormig. Een verwante soort die wat geler is heet varkensoor.

Zwarte truffelknotszwam, oostkant Holterberg

foto Ineke Jansonius

In een mosrijk stukje open bos op de Sallandse Heuvelrug viel mijn oog op vrij onopvallende zwarte knotsjes. Van dichtbij blijken ze mooi fijnwrattig zijn. Het boek komt er aan te pas om dit thuis te brengen. Het blijkt de zwarte truffelknotszwam te zijn, een paddenstoel die parasiteert op een andere paddenstoel, die echter alleen onder de grond leeft. Er staan er tientallen, dus we besluiten de proef op de som te nemen en een uit te graven. En jawel, diep onder het mos, vinden we een soort klein aardappeltje. Het is een korrelige hertentruffel, voor mensen niet eetbaar, maar herten schijnen er gek op te zijn. Ze zijn niet superzeldzaam, maar ik had ze beide nog nooit eerder gezien.

DSCN4366gele_stekelzwam_HCJkl

Gele stekelzwam, foto Ineke Jansonius

En een stuk verderop wat geelachtige paddenstoelen die me aan cantharel deed denken. Maar afgestapt van de fiets, en spiegel onder de hoed, blijkt het wat anders: een gele stekelzwam. Een paddenstoel met hoed, maar met stekeltjes in plaats van plaatjes aan de onderzijde. Deze soort had ik al heel lang niet meer gezien.

En dan de witte kluifzwam, inderdaad net een hondenbot die uit de grond steekt. Deze soort vind je regelmatig op langs wegen door het bos, waar toch net wat verstoring en verrijking van de grond optreedt. Op een vindplaats stonden er wel 70 op een rij langs een pad, over zo’n 20 meter.

 

Vermiljoenhoutzwam, omgeving dagcamping Holterberg

Vermiljoenhoutzwam, foto Ineke Jansonius

Een nieuwkomer in Nederland is de vermiljoenhoutzwam. Een paddenstoel van het type elfenbankje met hoedjes zonder steel, en fijne gaatje aan de onderzijde. Deze soort is onmiskenbaar oranjerood, tot voor 10 jaar zeer zeldzaam, maar nu regelmatig te vinden.

En dan nog een paar mooie grote paddenstoelen. De grote parasolzwam is onze grootste plaatjeszwam, bruinachtig en sterk schubbig, en een duidelijke ring die los om de steel zit, je kunt hem verschuiven. je ziet hem regelmatig langs wegen, maar meestal slechts enkele exemplaren bij elkaar.

Heksenkring van nevelzwammen

Massaal komt nu de nevelzwam op, een grijs-witte stevige paddenstoel met plaatjes die iets aflopen langs de steel. Deze soort vind je regelmatig in hele en halve heksenkringen.

Met de nieuwe regen verwacht ik dat er nog veel meer nevelzwammen verschijnen.

Nog meer paddestoelen- en herfstfoto’s vind je op  de weblog van Jan-Freerk:

https://janboelvanfladderaarsenkruipers.wordpress.com/2017/10/17/spectaculaire-vogel-en-paddenstoelendag/

Geniet van de herfst!

Hoor de klimop bloeien

Als het blad aan de bomen aan zijn eind is en begint te kleuren, staat de klimop in volle bloei. De bloei kan je eenvoudig ontgaan als je het van de kleine groene bloempjes moet hebben, in bolletjes bijeen. Maar als je erlangs loopt met mooi weer, kan het nog een gezoem van jewelste zijn. Er bloeit immers niet veel meer, maar de klimopbloemen geuren en trekken daarmee veel insecten aan. Honingbijen houden ervan, maar ook veel zweefvliegen en de laatste actieve dagvlinders zoals de atalanta.

De soorten zweefvliegen die op klimop afkomen zijn “gecamoufleerd”, ze lijken veel op bijen. Zo bedenken vogels zich die een lekker hapje willen vangen, want een bijensteek vinden zij ook niet prettig. Afgelopen week zag ik op de klimop ook nog twee van de grootste zweefvliegensoort die we hebben in Nederland, de stadsreus. Tot tien jaar geleden was dit een zeldzame soort, die echter enorm is toegenomen en juist in dorpen en steden regelmatig is te zien. Ook hij heeft camouflage, hij lijkt in de vlucht veel op de grote hoornaarwesp.

Klimop kan doorbloeien tot in december, en begint tegelijk al bessen te ontwikkelen. Die kleuren na maanden pas zwart, en dit zijn ook de bessen die pas het laatst rijp zijn. Voor mensen giftig, en ook vogels zijn er in eerste instantie niet dol op. Maar als alle andere bessen opraken later in de winter, zijn de vogels zoals merel en zanglijster er toch weer blij mee.

IMG_20171006_135614stadsreuskl

In het midden de starders op bloeiende klimop. Voor de speurder, links nog een nog een normaal formaat zweefvlieg, en midden onder een bromvlieg.

In de winter houdt klimop zijn blad. Dat maakt hem extra waardevol als geluidsvanger en stofvanger. Het is een sterke klimmer, in bomen, tegen geluidswallen, hekken met roosters of muren. Hij is makkelijk te snoeien, maar van nature bloeit hij pas als hij flink ontwikkeld is. En een nadeel is dat sommige mensen allergisch zijn voor klimop, maar zonder direct contact levert dat geen problemen op.

In de winter biedt klimop vogels een beschutte en veilige plek (tegen roofvogels). Een dichte oude klimop kan een vogelparadijs worden. Huismussen broeden vooral in holletjes en onder de dakpannen, maar een dichte klimopstruik vinden ze ook heerlijk. Als ze daar met de hele familie zitten, kun je opnieuw de klimop horen.

Geplaatst in de Gelderlander 18 oktober 2019

Giftige paddenstoelen zijn goed voor stadsklimaat

Met het natte herfstweer lijkt het een goed paddenstoelenjaar te worden. In augustus waren er al heel wat vroege paddenstoelen, waaronder de groene knolamaniet. Langs een wandelpad rond de vesting Naarden werd deze paddenstoel zelfs verwijderd door de gemeente vanwege zijn giftigheid. Hoewel ik nog nooit een hond een paddenstoel heb zien eten, is in Naarden twee jaar geleden toch een hond dood gegaan door het eten van een groene knolamaniet. En ieder jaar overlijden ergens in Europa wel een paar mensen aan het eten van deze paddenstoel.

SONY DSC

Amanieten zijn slanke grote paddenstoelen met witte onderzijde en steel, en een gekleurde hoed met vaak vlokken. De groene knolamaniet is lang niet altijd duidelijk groen, maar heeft wel een ring en een los vliezig vel onderaan de steel.

 

Het geeft een merkwaardige draai aan de discussie of je wilde paddenstoelen mag plukken om te eten. Eerst ging het er om of plukken de natuur niet teveel verstoort, nu worden giftige paddenstoelen uit voorzorg weggehaald.   Overdrijven we niet met wegnemen van elk risico, en het aansprakelijk stellen daarvoor? Ik ken in ieder geval heel veel planten die giftig zijn en veelvuldig in het openbaar groen staan. Zoals bessen van hulst, klimop of taxus. Er zijn diverse wilde planten giftig, maar ook veel aangeplante soorten, bijvoorbeeld bijna alle soorten bloembollen inclusief hun blad. Geen narcissen meer aanplanten? En fijnspar (kerstboom!) is ook niet gezond om te eten, al valt het niet mee om daarvan een hap naar binnen te werken.

Ik signaleer tot mijn vreugde dat er in de bebouwde kom van Wageningen steeds meer paddenstoelen opduiken. Ik vermoed dat het natuurvriendelijker groenbeheer hen een handje helpt Maar nog belangrijker lijkt me dat er meer aangeplante bomen op een leeftijd komen dat er paddenstoelen onder groeien. Er zijn heel wat soorten paddenstoelen die ondergronds samenleven met boomsoorten, zogenaamde mycorrhiza-paddenstoelen. Met schimmeldraden maken ze verbinding met boomwortels, en tappen hieruit suikers af. In ruil daarvoor leveren ze mineralen aan boomwortels. Bomen groeien beter en blijven gezonder, hun wortelstel is uitgebreid met schimmeldraden.

IMG_20170922_111715straatchampignonkl

Wilde champignons kunnen op amandelen lijken maar de plaatjes kleuren bij rijping zalmkleurig tot donkerbruin. Dit is een straatchampignon

Niet alle paddenstoelen zijn mycorrhizasoorten, maar wel boleten (veel eetbare soorten), russula’s (weinig giftig maar vaak vies) en amanieten. (zowel eetbare als dodelijk giftige soorten). Ook in Wageningen staan panteramanieten en groene knolamanieten, tot op het Olympiaplein in het centrum. Juist daar kunnen ze bomen helpen overleven tussen de parkeerplaatsen, waar weinig wortelruimte is. En groen in de stad is ook weer gezond voor ons mensen.

Geplaatst in de Gelderlander 20 september 2017.

SONY DSC

Boleten zijn paddestoelen met steel en hoed, met aan de onderkant van de hoed zitten buisjes (gaatjes) in plaats van plaatjes. dit si de berkenboleet.

Zeisen met beleid en gezelligheid

Voor het zesde jaar hebben we met een groepje van zeven vrijwilligers een wegberm aan de Fonteinallee gemaaid. Kan de eigenaar, de gemeente Renkum dat niet zelf doen? Ja dat kan, maar het brede stuk verder van de weg lieten ze liggen. Mooi voor de natuur zou je denken. Maar de berm verruigt, dauwbramen en sleedoorn nemen de berm langzaam over. En dat terwijl hier verscheidene bijzondere bloemen voorkomen, zoals gulden sleutelbloem, wilde marjolein, wilde kaardenbol, harige ratelaar en maarts viooltje.

In juli bloeide de marjolein volop, de boerenwormkruid op de voorgrond nog in de knop.

De initiatiefnemers Derk en Henk zagen dat met lede ogen aan en besloten hun ecologische kennis hier in praktijk te brengen. De berm maaien en het maaisel verwijderen, af en toe plukjes zaadzettende planten overslaan, om een mierennest heen, en een geleidelijke bochtige overgang naar de achterliggende houtsingel maken. Dat kan met machines, maar met de hand is leuker. We maaien met de zeis, goed om de kantoor-armen en -heupen in beweging te brengen, vrij van lawaai, en gezellig. Met medewerking van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuur (menskracht) , de Stichting Landschapsbeheer Gelderland (uitleen gereedschap) en de gemeente Renkum (afvoer van de hopen maaisel) komen er geleidelijk aan nog meer bloemen. En onder onze vrijwilligers tellen we ook twee gemeente-ambtenaren, die voor een keertje graag de zeis hanteren!

We zien jonge planten van de sleutelbloem opkomen, vooral op plekken waar we ook de moslaag weer wat open maken. Het glad walstro breidt uit, en hengel hadden we nog niet eerder ontdekt in de berm. En er is tijdens het werk altijd iets bijzonders te ontdekken: een stuk slangenvel van een vervellende ringslang, een dikke stuifzwam, een brede wespenorchis… Dat delen we graag met elkaar tijdens het werk en tijdens de pauze. En met jou!

Zie ook eerdere berichten over de Fonteinallee op deze weblog, o.a.

we-maken-de-wegberm-fonteinallee-mooier-2/

 

Eerst kijken, dan maaien.

parelstuifwam

ringslangen vervellen, en als je geluk hebt vindt je zo’n vel!

Dubieuze zomer zorgt voor vroege paddenstoelen

Net terug van vakantie, zit in mijn mailbox de vraag om weer mee te doen met het meetnet bospaddenstoelen. Ik wist niet goed hoeveel het in Nederland had geregend de laatste weken, en ging maar eens kijken in het Wageningse bos. En hier werd ik alweer aangenaam verrast door een grote rijkdom aan paddenstoelen. Nog niet heel grote aantallen, maar wel veel soorten.

Ik zag alweer de fraaie dennenvoetzwam, altijd een vroege soort. Nooit heel talrijk, maar vaak wel een paar exemplaren op stronken van naaldbomen. Ze verkleuren in een maand tijd prachtig van geelachtig, naar groene en oranje tinten, naar steeds meer bruin. En op eens tronk vond ik jonge gesteelde lakzwammen, nu nog klein. Ook die kan van kleur veranderen van geelachtig naar paars, en heel sterk lakachtig glimmen. Een vrij zeldzame soort.

En langs een fietspad ontdekt ik vele tientallen van het kleine gestreepte nestzwammetje. Een miniatuur bekertje van 1 cm doorsnede, gevuld met een viertal eitjes. Die “eitjes” bevatten weer enorm veel sporen, die kunnen worden weggeschoten als er een regendruppel in het bekertje spat. Het is een vrij algemeen paddenstoeltje op juist wat rommelige plekjes in het bos, maar ze vallen niet op!

Kortom, het bos is alweer de moeite waard, en denk ook aan oude bomen en bomenlanen in de stad. Op het Olympiaplein in hartje Wageningen zag ik alweer een groen knolamaniet!

Terug uit Canada

Deze zomer heb ik met het gezin een prachtige reis door de West-Canadese natuur gemaakt. De verslagen daarvan vind ik niet passen in deze weblog, maar toch wil even een paar vergelijkingen trekken met de Nederlandse natuur dichtbij.

Het wild is tam

Ten eerste: de wilde dieren zijn zo tam in Canada. Het geldt niet voor alle dieren, maar wel beren en herten volop langs de weg,, en tot in de rand van de bebouwde kommen. Op de foto zie je een muldeer-moeder met twee jongen in de wegberm lopen. We stopten langs de kant, het hert liep rustig door, vlak langs onze auto. In de natuurparken wordt niet gejaagd, en dat verklaart dit gedrag. Op een andere plek liep een groep wapiti’s, zeg maar Canadese edelherten, langs de afritten van de autoweg. Daar zie je ook dat er dan weer toeristen zijn die wel erg dicht bij die dieren komen.

Veel onschuldiger zijn de talrijke eekhoorns in verschillende soorten die je overal ziet, en vaak ook op de meest toeristische plekken in natuurgebieden. Je kunt ze prachtig zien en fotograferen, totdat ze in je lens kruipen.

De mantelgrondeekhoorn nabij Jasper, Rocky Mountains

Sierstruiken in het wild

Ten tweede: we hebben in Nederland veel aangeplante bomen en struiken, exoten die je liever niet te veel in de natuur ziet. Er zijn best veel van die aangeplante soorten die in West Canada in het wild groeien. Ik zag er de mahoniestruik, rose spirea, en sneeuwbes, laat dat nou net de aangeplante soorten op ons plantsoen zijn. Ze zullen een beetje “verdedeld” zijn, maar ze lijken er veel op. Mijn respect voor deze soorten is weer gegroeid. We vonden ze zo gewoon dat we ze echter niet op de foto hebben gezet.

Reusachtige tuinconiferen

En dan de trots van de nevelwouden in British Columbia is de redwoord cedar. Een reusachtige boom tot 70 meter hoog, als die omvalt groeien het gat van de boomkronen nieuwe boompjes op. Niet op de grond, maar op de omgevallen stam of stronk van de oude boom. Deze verteert langzaam, de jonge boompjes laten wortels naar beneden groeien en staan op een soort stelten. Prachtig gezicht. De redwood cedar is niks anders dan een Thuja, een van de gewoonste tuinconiferen in Nederland. Het kunnen dus prachtige bomen worden, als ze maar tijd en ruimte krijgen. Tijd en ruimte dat valt nog niet mee om dat te gunnen aan de Nederlandse natuur.

reuzenbomen: de redwood cedar en de douglasspar

Exoten

En ten derde de grote aandacht voor invasieve exoten in Canada. Soms zie je langs de snelweg bordjes dat hier knotweed wordt bestreden, de ook in Nederland berucht geworden (Japanse, Afgaanse en Sachalijnse) duizendknoop. Nog vaker zie je rose lintjes in de berm, die daar ook zijn omdat daar exoten worden bestreden. In Nederland is het bijna onbegonnen werk om Japanse duizendknopen en reuzenbalsemienen weer uit te roeien, maar de Canadese natuur is wat ongerepter, goed om het daar te proberen. Op land zijn ze er fanatiek mee, een andere bedreiging vormen echter de bootjes die achter campers of RV’s mee worden gesleept naar bergmeren, en allerlei vreemd waterleven in die mooie bergmeren weten te importeren.

Bosbrand

En ten vierde de veelheid aan bosbranden die optreden, zo’n 120 waren er in provincie British Columbia. De provincie is zo groot dat we er eigenlijk weinig van hebben gezien en weinig last van hebben gehad. Ze worden met man en macht bestreden, met hulp van Australische brandweren. Toch blijken ze voor de natuur zelf niet zo slecht te zijn. Ze leiden tot open plekken waar veel meer boomsoorten gaan groeien, sommige kiemen pas nadat de zaden aan de buitenkant verbrand zijn. En bossen waar lange tijd geen bosbrand is geweest, bijvoorbeeld omdat mensen het goed hebben bestreden, worden juist extra vatbaar voor bosbrand. Helemaal niet ingrijpen in bosbranden is om allerlei reden niet gewenst, maar een beetje gecontroleerde brand misschien juist wel!

Foto’s van Elske, Jan-Freerk en Henk

Veel meer foto’s van de prachtige natuur zie je op Jan-Freerk’s weblog.

 

Groene muur met rijke natuur

De tuinders met een heg weten het wel: in juni groeien struiken en heggen in enorm tempo. Soms zijn er rupsenplagen die een struik in mei teisteren, maar daar komen ze in juni gewoonlijk snel overheen. Al dat groen kan een mooie dichte haag opleveren. Dat wisten de boeren al lang voordat het prikkeldraad was uitgevonden, dat de functie van veekering overnam.

SONY DSC

Braam en hop met ranken nemen het hekwerk over.

Nu zie je op sommige plaatsen het groen een hek overnemen, overwoekeren zeg maar rustig. Daarvoor nemen vaak slingerplanten het voortouw, zoals de hop. Het is een plant met braamachtig blad, met ruwe slingerende stengels die houvast zoeken in takken of hekken. De stengels moeten wel ieder jaar opnieuw vanuit de grond omhoog klimmen. Andere muurvormers zijn stekelstruiken zoals sleedoorn en braam. Ze weten vaak zo goed stand te houden bij een hek omdat ze daar moeilijk af te maaien zijn. Vooral de braam kan met een beetje steun meters hoog komen, en levert een struweel dat heel rijk is aan dierenleven. Met zijn doornige dichte takken biedt het mooie nestplaats voor veel zangvogels. In deze tijd bloeit de braam uitbundig, en de nectar zit ondiep genoeg zodat veel insecten hier gemakkelijk bij kunnen. Veel van driehonderd soorten zweefvliegen kun je hier vinden. Sommige lijken veel op bijen, ze vermommen zich als -voor vogels – lastige insect met angel. Ook veel soorten bijen en kevers houden zich graag op in braamstruiken, en bosrandvlinders zoals de eikenpage en het koevinkje. En straks komen dan natuurlijk de vruchten, wederom voedsel voor veel vogels. Hier komen echte besseneters op af zoals merels, en in de herfst koperwieken. Maar ook kleine zangers die voornamelijk insecten eten, zoals de zwartkop komen graag wat bessen eten.

SONY DSC

Rond 20 juni bloeide de braam uitbundig, met het warme weer derde het daarna snel minder

Zo’n heg in de tuin kan gemakkelijk ongemakkelijk groot worden, en wordt vaak 2-3 keer per jaar geknipt. Maar het is beslist ecologische winst hem in bloei te laten komen, en de bessen te laten rijpen. Voor het in stand houden van een soortenrijke haag is eens per 2-3 jaar snoeien beter. Zo kan ook de bekende ligusterhaag prachtig gaan bloeien en nachtvlinders aantrekken. Van mij mogen er meer groene muren vol bloemen en vruchten komen. En van de braam kunnen wij mensen natuurlijk ook de vruchten plukken. 

SONY DSC

Hop  begint ieder jaar opnieuw vanuit de grond, maar domineert juist bovenaan het hek, met prachtige slingers

SONY DSC

Kleefkruid vult de overgebleven gaatjes onderin de groene muur

Geplaatst in de Gelderlander 28 juni 2017

Van CD rek naar bijenhotel…..

SONY DSC

Het was toch nog een heel karwei: riet en bamboe vinden, afknippen vlak achter de knopen, gaatje boren in een stuk hard eikenhout…

Voor de vroege bijen is het te laat klaar, maar zo meteen komen de klokjesbijen…..

Ik wens ze een goed verblijf in mijn hotel!

Zeldzame anjer in Wageningen

Zo fietsend door Wageningen valt er altijd wat te ontdekken. Zo ontdekte ik twee jaar geleden al in een stukje gras in het noordoosten van Wageningen mooie rose bloempjes van de ruige anjer, een zeldzame plant van de overgang van Veluwe naar het rivierengebied. Dit voorjaar zag ik tot mijn verdriet dat de gemeente het maaibeheer had geïntensiveerd, in eind april was er al gemaaid. Maar tot mijn verrassing afgelopen weekend: wel zo’n 70 bloeiende exemplaren, ze waren wel kort gesteeld voor hun doen, maar prachtig in bloei nu. Ik ga kijken of ik de gemeente zo ver kan krijgen hier niet te maaien. Bij de kaardenbollen die uit mijn tuin zijn uitgezaaid is dat al gelukt ….